een verzameling van herinneringen en inspiratie

tijdens het maken van BAS.

+ een uitnodiging om er op eigen houtje door te klikken

Een aantal jaar geleden luisterde ik naar een interview met Lynne Kelly, een Australische onderzoeker die zich toelegt op geheugenpaleizen: mentale of fysieke bouwwerken die mensen gebruiken om informatie te onthouden


Ze vertelt hoe het onthouden van ogenschijnlijk
willekeurige dingen, zoals de landen van de wereld in volgorde van bevolkingsgrootte, kan zorgen voor het aanwakkeren van
nieuwsgierigheid
Tijdens onze eerste gesprekken over BAS.
denk ik terug aan wat ik toen hoorde.
In mei 2023 vind ik een goed moment
om een fragment met de anderen te delen.

Vooral dit stukje:

I’ve got twenty kilometers of memory palaces. Let’s stick to the one with countries in order of population from big to small: China, India, USA, Indonesia, Brazil, Pakistan, Bangladesh, Russia.
Bangladesh is coming in before Japan, before all the European countries that we know so much about. And then my brain starts saying:
Why do I know so little about Bangladesh?!
What has been the impact of this massive population?
Well, I started looking it up and I learned that it’s a young country,
it did not have the same resources as other countries and it has been at war all the time.
But I did not know any of that!
It’s about getting this bigger picture.
And now, if I hear something about a country in the news,
I can not only more or less guess its population, but I’ve got a hook.
And I’m suddenly interested in all this stuff that would have been passed over before.’

In mijn herinnering ontstond BAS. toen Judith ons vertelde dat ze vaak het gevoel had dat ze te weinig weet. Wat als we een voorstelling zouden maken waarna je alles weet? Of tenminste het gevoel hebt dat je op dat moment de basis weet.

 
Maar, reageerde Lisa, jij weet toch juist heel veel? 
In onze samenleving wordt bepaalde kennis veel waardevoller geacht dan de andere, dat zouden we onder de loep kunnen nemen, zei Benjamin (ongeveer, denk ik). 
Kennis zorgt ook voor gezamenlijkheid, het kunnen delen van een taal en van ervaring, bedacht Sanne. 
Hangt kennis niet ook af van de context en of je je iets op het juiste moment herinnert en kan delen? vroeg ik me hardop af. 

een voorstelling over basiskennis met als vertrekpunt de vraag: wat moet je weten om te leven? En direct erna nog meer vragen


waaronder:
Wat moet je weten om te over-leven?
Wat moet je weten om in deze samenleving te kunnen leven?
Wat moet je weten om een gelukkig leven te leiden?
Wat is kennis?
Is intuïtie ook kennis?
Wanneer weet je genoeg?
Weten we aan het einde van de basisschool de basis? 
Wat weet iedereen?
Wat had je liever eerder geweten?
Waar weet je alles van?
Waar zou je meer van willen weten?
Denk je dat je zoiets als flirten kan leren? 
Of liefde?
Of vrienden maken?
(Waar leer je dat?)

In Antwerpen vertellen kinderen

aan Judith en Lisa dat ze het lastig vinden
om zich te vervelen
met altijd een telefoon in de buurt
die voor afleiding zorgt.

Kan je iemand leren hoe zich te vervelen?
Waar leer je omgaan met wat je niet weet?

In de winter luisterde ik naar een vader

die vertelt dat zijn elfjarige dochter net voor het eerst ongesteld is geworden.
Allebei wisten ze niet zo goed hoe hiermee om te gaan. Als vader wilt hij helpen maar hij kan zich niet goed voorstellen hoe het voelt voor haar. Ook is het voor hem een emotioneel moment dat zijn dochter verandert, sneller dan verwacht. Op de basisschool blijken er op de toiletten geen prullenbakjes te staan. Met haar veranderende lichaam groeit ze uit de school.




Wat hadden we graag willen weten toen we 12 jaar waren?

Het schrijven van de tekst van BAS.
begint met lijsten
van dingen die we weten
willen weten
eerder hadden willen weten
of vinden dat anderen ook zouden moeten weten.

De lijsten worden steeds langer en langer. 
En vervolgens weer korter
en korter.

We merken dat we geen voorstelling willen maken
waarin BOG. vertelt wat je moet weten. 
Geen voorstelling die vertelt hoe belangrijk nieuwsgierigheid is
maar die je dat zelf laat ervaren
Een voorstelling over hoe het voelt
om iets te weten
en niet te weten.
 
Met je kennis op de verkeerde plek of andersom. 
Soms te klein en soms te groot. 
Kunnen we verwarring leren? 

 

Er wordt wel gezegd dat je alles kan opzoeken maar is dat ook zo? Op zoek naar geniale geesten ontwikkelde NASA in de jaren ’60 een test om creatief denken meetbaar te maken.

Het bleek dat 98% van de vijfjarigen die de test deden ‘geniaal’ was. Vijf jaar later bleek nog maar 30% van die kinderen geniaal, en weer vijf jaar later 12%.

Betekent slimmer worden onvermijdelijk ook een vernauwing van het denken?

Is onze maatschappij een kennismaatschappij? Of eerder een netwerk? Enkele dagen voor de première van BAS. schrijf ik samen met dramaturg Koen Haagdorens de intro voor de persmap, een tekst voor journalisten over de voorstelling.

We zoomen uit en kijken naar de samenleving waarin BAS. wordt gemaakt en ontvangen. ‘Onze maatschappij is een kennismaatschappij’ schrijft Koen in zijn voorstel, een analyse waar ik twijfels bij heb. En ik herinner me iets dat een bevriende jonge vader zei tijdens één van de luistersessies uit het vooronderzoek. Ik schrijf Koen terug dat we volgens mij in een netwerkmaatschappij leven waarin verschillende netwerken van kennis parallel naast elkaar bestaan. Het hebben van kennis verandert in het uitbesteden van kennis, in weten bij wie of wat je moet zijn voor bepaalde kennis.

intro persmap BAS.

 

 

‘We zijn opgebouwd uit herinneringen, die van ons eigen leven
maar vooral uit herinneringen van ver voor onze geboorte.
Die herinneringen vormen onze verhalen en ons bewustzijn. (…)
Uit welke herinneringen zijn we opgebouwd, welke verhalen kenden we al nog voor we uit de baarmoeder kwamen
of zelfs ver voor we werden verwekt?’

In de benadering van bioloog Rupert Sheldrake is de mens geen individu dat kennis vergaart, geen onbeschreven blad maar een wetend wezen, in continue verbinding met soortgenoten in het verleden, heden en toekomst. We leren van elkaar door ervaringen van anderen via onze lichamen en onze herinneringen.

Vogels leren hoe ze dopjes van melkflessen kunnen losmaken van vogels die dat ver ver ver voor hen ontdekten. Kennis die over generaties en zeeën heen springt en jaren later terecht komt bij de vogels die het nodig hebben.  

Wanneer duizenden mensen ‘s ochtends dezelfde kruiswoordpuzzel in de krant oplossen, blijkt het voor anderen makkelijker om diezelfde puzzel ‘s avonds te maken.  

Toen we begonnen aan het maken van BAS. zag ik weten als verbindende factor: door iets te weten kan je je verbinden met anderen, kan er een gezamenlijke ervaring ontstaan

en een gezamenlijke taal om over die ervaringen te kunnen denken en spreken met elkaar. Gedeelde ervaring en kennis leidt gemakkelijker tot verbinding terwijl niet-weten eerder leidt tot eenzaamheid. Er is veel dat we weten of eerder hadden willen weten en er is veel dat we willen meegeven aan de wereld.
We hebben onszelf in de paradoxale positie gezet dat we een voorstelling maken voor de grote zaal terwijl we niet vanaf een voetstuk aan kinderen willen vertellen wat ze nu écht zouden moeten weten. Hoe maken we van de theaterzaal niet een schoolklas in vermomming? 
Hoe langer we aan BAS. werken, hoe meer scènes gaan over niet weten. Over hoe het voelt om iets niet te begrijpen, om iets te weten op precies het verkeerde moment, om iets niet te weten zonder precies te weten wat dat is. Verwarring leidt verrassend vaak ook tot een vorm van verbinding.

Annet en Lisa spelen een scène* waarin Annet iemand speelt die is vergeten wat ze aan het publiek zou vertellen.

Ze zoekt steun bij Denise, een medewerker van het theater, gespeeld door Lisa.
Denise weet evenmin waar de lezing over zou moeten gaan
en zou het liefst zo snel mogelijk in de coulissen verdwijnen
maar heeft tegelijkertijd moeite om deze niet-wetende, bijna wanhopige mens alleen te laten.

*de tekst van deze scène kan ik niet meer vinden in ons online archief.
Mogelijk was de hele scène geïmproviseerd, besef ik me nu pas

De scènes over vergeten doen me denken aan een videofragment van pianiste Maria João Pires

Tijdens een concert ontdekt ze dat ze het verkeerde muziekstuk heeft ingestudeerd.

De tweede keer kijk ik naar de dirigent.
Terwijl het orkest doorspeelt stelt hij haar gerust.
Hij weet op dat moment wat hij kan zeggen om haar op haar gemak te stellen
(een beetje, net genoeg om toch te beginnen met spelen).

<fragment uit tekstlezing 25 januari, 1 = Annet, 2 = Ludwig>

1 huilt
2 Wat is er?
1 Dat weet ik niet
2 Heb je pijn?
1 Ik denk het.
2 Waar? Waar heb je pijn?
1 Dat weet ik niet, ik heb jeuk.
2 Huil je daarom?
1 Nee.
2 Nee?
1 Ik denk t niet nee.
2 Is er iets gebeurd, heb je wel gegeten vanochtend?
1 Ja.
2 Iets gebeurd of heb je gegeten?
1 Allebei.

Tijdens de repetities raadt Judith ons de documentaire Sur L’Adamant aan.
De film opent met dit citaat. 

Vergeet vooral de gaten niet.
Waar komen de beelden terecht als er geen gaten zijn?
Hoe kunnen ze dan binnenkomen?

L’Adamant is een boot in Parijs waar psychisch kwetsbare mensen welkom zijn om de dag door te brengen. Ik kijk en luister ik naar verschillende mensen in wiens hoofd het er meer dan verwarrend, meer dan chaotisch aan toe gaat. 

Soms voel ik even herkenning, een begrip dat een moment erna weer ongrijpbaar is. 
Zoals een zwerm muggen bij schemer, die je tegelijkertijd ziet en niet ziet.   

 

Een kleine maand voor de première lees ik een tekst van Judith die op dat moment geschrapt leek (en waarvan later een deel terug in de voorstelling zal komen)

Het doet me denken aan een vurige lezing van Audre Lorde die ik ongeveer twee jaar eerder las en zo bemoedigend vond. Een lezing waarin ze haar publiek aanspoort om zich uit te spreken (ze sprak toen, in 1977, op een conferentie over lesbische literatuur in Chicago).

‘Maar in de eerste plaats is het voor ons allemaal nodig om door te leven en te spreken,
de waarheden te onderwijzen waarin we geloven en die we kennen zonder ze te begrijpen
Want alleen zo kunnen we overleven, door deel te nemen aan een levensproces
dat creatief en continu is, dat groei in zich draagt.
En het is nooit zonder angst – voor zichtbaarheid, voor het onbarmhartige licht van de kritische blik
en eventueel een oordeel, voor pijn, voor de dood.
Maar al deze dingen hebben we al overleefd, in stilte, behalve de dood.’
(…)
‘Dat we niet wegkruipen achter de bespottelijke afscheidingen die ons zijn opgelegd
en die we maar al te vaak accepteren als de onze.
Zoals: ‘ik kan niet echt lesgeven over wat zwarte vrouwen schrijven;
hun ervaring is zo anders dan die van mij.’ 

(…) 
Hoe we moeten werken en spreken wanneer we bang zijn is iets wat we kunnen leren
zoals we hebben geleerd hoe we moeten werken en spreken wanneer we moe zijn.’

(klik hier voor de volledige tekst)

Pas ver na de première herinner ik me een lied